Bij het lezen van deze jaarrekening moest ik denken aan het sprookje ‘De nieuwe kleren van de keizer’.

In dat sprookje loopt de keizer trots door de straten. Iedereen doet alsof hij prachtig gekleed is. Niemand durft te zeggen wat hij ziet. Totdat een kind roept: “Maar hij heeft helemaal niets aan!”

Ook deze jaarrekening voelt op onderdelen als een sprookje.
Want op papier lijkt alles keurig geregeld. Maar als je het rapport van de accountant leest, ontstaat een heel ander beeld.

Daar lezen we dat het controleproces erg moeizaam is verlopen. Dat de kwaliteit van het verantwoordingsproces onvoldoende is. Dat tijdens de controle voortdurend zaken moesten worden gerepareerd. Dat er onvoldoende deskundigheid aanwezig is op het gebied van financiële verantwoording en het BBV.

Alsof de kleermakers tijdens de optocht nog snel bezig zijn om de kleren van de keizer aan elkaar te naaien.

De accountant schrijft verder dat niemand echt eigenaar lijkt te zijn van het geheel. Verantwoordelijkheden zijn onduidelijk. Afdelingen werken langs elkaar heen, op hun eigen eiland. De interne controles zijn onvoldoende zichtbaar, onvoldoende gedocumenteerd of missen diepgang. Daardoor moesten tijdens de controle allerlei herstelacties plaatsvinden om alsnog aannemelijk te maken dat de cijfers kloppen.

Het sprookje gaat verder.

Een eerdere accountant gaf al eerder een early warning af. Maar daar is onvoldoende opvolging aan gegeven. Het controledossier kwam veel te laat gereed. Er zijn € 5,67 miljoen aan onrechtmatigheden vastgesteld. Vorig jaar was dat nog € 2,3 miljoen. Dat is geen verbetering, maar een forse verslechtering.

En dan misschien wel het meest opmerkelijke.

Door tekortschietende interne beheersing is een resterende populatie van € 18,2 miljoen niet meer onderzocht. Niet omdat alles gecontroleerd was. Niet omdat alles op orde was. Maar omdat anders de wettelijke deadline van 15 juli niet gehaald zou worden.

Dat roept een fundamentele vraag op.

Vinden wij het belangrijker dat de datum wordt gehaald, of dat de raad zekerheid krijgt dat het gemeenschapsgeld goed is verantwoord?

Want als € 18,2 miljoen niet meer onderzocht kan worden vanwege tijdgebrek, dan mag je je als raad afvragen hoeveel zekerheid je eigenlijk nog hebt over de volledigheid van de controle.

Daar komt nog bij dat overschrijdingen van begrotingen en investeringskredieten wel worden gemeld, maar vervolgens niet formeel door de raad worden aangepast. Daardoor ontstaan opnieuw extra onrechtmatigheden. Ook dat is geen administratief detail; dat raakt rechtstreeks aan het budgetrecht van deze raad.

Voorzitter, en misschien is dat wel de kern van dit hele verhaal. De raad hoort niet achter de stoet aan te lopen. De raad hoort degene te zijn die controleert, die vragen stelt en die zekerheid krijgt voordat besluiten worden genomen. Maar door de manier waarop dit proces is verlopen, dreigt juist de gemeenteraad in haar hemd te komen staan.

Niet omdat de raad haar taak niet serieus neemt, maar omdat de informatievoorziening en het proces haar onvoldoende in staat stellen om die taak goed uit te voeren. Een raad die steeds achteraf moet constateren wat er mis is gegaan, kan haar controlerende rol niet volwaardig vervullen.

En dan het proces richting de raad.

Wij zijn volgens de Gemeentewet het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Tenminste… dat staat in de wet.

Maar de praktijk lijkt op een ander sprookje.

Afgelopen weekend schrijft de accountant zijn rapport. Maandag mag de organisatie daarop reageren. Dinsdag bespreekt het college het stuk. Woensdagochtend krijgt de raad de definitieve versie. Waarom eigenlijk? Waarom ligt het rapport eerst overal, behalve bij het hoogste bestuursorgaan? Waarom moeten wij op vrijdag al onze laatste vragen aan de accountant stellen, terwijl zijn rapport dan nog niet eens af is?

Onze fractievoorzitter vraagt hier al jaren aandacht voor. Niet omdat wij meer tijd willen om te lezen, maar omdat wij onze controlerende taak serieus nemen. Dat kan alleen wanneer de raad tijdig en volledig wordt geïnformeerd.

Voorzitter, in het sprookje durft uiteindelijk één kind hardop te zeggen wat iedereen ziet. Vandaag doen wij dat ook.

Een gemeente bouw je niet op mooie woorden, maar op aantoonbare controle, duidelijke verantwoordelijkheden en een raad die daadwerkelijk haar werk kan doen.

Want een gemeenteraad die steeds als laatste wordt geïnformeerd, terwijl de accountant spreekt over onvoldoende kwaliteit, herstelwerk, gebrekkige interne controles en € 18,2 miljoen die niet meer onderzocht kon worden, is misschien op papier het hoogste orgaan…

…maar in de praktijk dreigt zij in dit sprookje met lege handen en zonder kleren achter de keizer aan te lopen. En dat is een sprookje waar Kies Bewust Lokaal niet in gelooft.